ECLI:NL:CRVB:2012:BX5869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 18 april 2008 trof de politie in een door appellant gehuurde loods een professionele hennepkwekerij aan. Appellant had dit niet gemeld, waardoor hij de wettelijke inlichtingenverplichting schond. Het dagelijks bestuur trok de bijstand over de periode van 9 oktober 2006 tot 19 april 2008 in en vorderde de kosten terug.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat geen bewijs bestond voor de kwekerij, dat de strafrechtelijke procedure moest worden afgewacht en dat appellant geen inkomsten had ontvangen. De Raad oordeelde dat het aantreffen van de kwekerij en de verklaring van appellant voldoende bewijs vormden. De schending van de inlichtingenverplichting was ook al aanwezig vanaf het moment van voorbereidingen, niet pas bij het ontvangen van inkomsten.
Het dagelijks bestuur mocht de intrekking en terugvordering toepassen vanaf 1 juli 2007, de vermoedelijke startdatum van de kwekerij. Appellant slaagde er niet in met objectieve en verifieerbare gegevens aan te tonen dat hij de kwekerij niet exploiteerde of geen inkomsten ontving. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand en terugvordering worden bevestigd.