ECLI:NL:CRVB:2012:BX5889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college stelde op basis van een onderzoek, waaronder een huisbezoek en sociale recherche, dat appellant niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres en trok de bijstand per 8 april 2009 in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het verslag van het huisbezoek summier was en dat appellant had verklaard dat de situatie in zijn woning op de intrekkingsdatum was gewijzigd. Het college had daarom een nieuw huisbezoek moeten afleggen, wat niet is gebeurd.
Daarnaast waren de waarnemingen van de auto en verklaringen van buurtbewoners onvoldoende concreet en verifieerbaar om de conclusie te ondersteunen dat appellant niet op het opgegeven adres verbleef. De Raad vernietigt het bestreden besluit en het eerdere besluit van het college en treedt in de plaats daarvan met deze uitspraak.
Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 augustus 2012.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat appellant niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.