ECLI:NL:CRVB:2012:BX5910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid ondanks gehoor- en vermoeidheidsklachten in Ziektewetzaak
Appellante, werkzaam als WVG-consulente, werd in het verleden gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving diverse uitkeringen. Na een ziekmelding in 2008 met klachten zoals tinnitus en vermoeidheid, weigerde het UWV verdere Ziektewetuitkering omdat zij geschikt werd geacht voor haar functie. De rechtbank vernietigde dit besluit in eerste aanleg, waarna een arbeidskundig onderzoek concludeerde dat appellante geschikt was voor haar werk. Het UWV handhaafde het besluit, wat leidde tot het huidige hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de functie van WVG-consulente de juiste maatstaf is voor de beoordeling van geschiktheid en dat er geen objectieve medische gronden zijn die appellante verhinderen om te reizen of haar werk te verrichten. De gehoorproblemen veroorzaken vooral hinder in rumoerige kantooromgevingen, maar dit betreft slechts een klein deel van het werk en vormt geen onoverkomelijk probleem.
De Raad concludeerde dat de combinatie van gezondheidsklachten, waaronder vermoeidheid en gehoorproblemen, geen wezenlijke belemmering vormt voor het verrichten van de functie. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de geschiktheid van appellante voor haar functie wordt bevestigd.