ECLI:NL:CRVB:2012:BX5915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering ondanks klachten en behandeling
Appellante had een Ziektewetuitkering aangevraagd vanwege rug- en psychische klachten, maar het UWV weigerde deze uitkering per 22 maart 2010 omdat de verzekeringsarts haar niet langer ongeschikt achtte voor haar werk als tomatenplukster. Het bezwaar tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard door het UWV.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het UWV ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische beoordeling door de verzekeringsartsen zorgvuldig was en voldoende was onderbouwd met informatie van huisarts, radioloog en psychiater. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij onder behandeling was bij het Regionaal Centrum Geestelijke Gezondheidszorg en dat zij eerder met dezelfde klachten wel voor de Ziektewet was geaccepteerd.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts het standpunt van het UWV voldoende had gemotiveerd en dat de nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellante niet ongeschikt was voor haar arbeid en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellante niet ongeschikt werd bevonden voor haar arbeid.