ECLI:NL:CRVB:2012:BX5944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en terugvordering onverschuldigde ZW-uitkering wegens gefingeerd dienstverband
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is afgewezen omdat zij bij aanvang van haar werkzaamheden reeds arbeidsongeschikt was. Tevens concludeerde het UWV dat appellante niet daadwerkelijk heeft gewerkt via het schoonmaakbedrijf, maar dat sprake was van een gefingeerd dienstverband. Dit leidde tot beëindiging van de ZW-uitkering en terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond verklaard en geoordeeld dat het UWV terecht heeft geconcludeerd dat appellante niet verzekerd was voor de sociale verzekeringswetten. Ook de terugvordering van de ZW-uitkering werd als rechtmatig beoordeeld, mede omdat er geen dringende reden was om hiervan af te zien en er geen toezegging was gedaan die terugvordering uitsloot.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij wel heeft gewerkt en dat het UWV in strijd met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel handelt door terugvordering toe te passen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de besluiten van het UWV. Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de besluiten van het UWV worden bevestigd.