ECLI:NL:CRVB:2012:BX6108
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning burger-oorlogsslachtoffer Wubo
Appellant, geboren in 1937 in Nederlands-Indië, vroeg in 2000 erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Dit verzoek werd afgewezen omdat onvoldoende bewijs bestond dat appellant direct betrokken was bij beschietingen tijdens de Bersiap-periode. Diverse herzieningsverzoeken in 2004 en 2010 werden eveneens afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten.
Appellant verwees in beroep naar een advies in een andere Wubo-procedure en stelde dat het huis waar hij woonde aan de Nakulaweg in Bandoeng tijdens de Japanse bezetting en Bersiap-periode was beschoten, wat volgens hem directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld aantoont. De Raad overwoog dat deze situatie reeds was beoordeeld en dat het ontbreken van nieuwe feiten toetsing met terughoudendheid vereist.
De Raad concludeerde dat de algemene onrust in Bandoeng onvoldoende is om te concluderen dat appellant zelf door oorlogsgeweld is getroffen. Ook de verklaring van appellants zuster, die bevestigde dat het huis geraakt werd, leverde geen bewijs van materiële schade of persoonlijke verwondingen op. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de herziening van de erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard.