ECLI:NL:CRVB:2012:BX6117
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WUBO-erkenning wegens niet-aantonen oorlogsgeweld voor 27 december 1949
Appellante, geboren in 1943 in Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). De Pensioen en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat zij getroffen was door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de WUBO. De Raad bevestigt dat de ongeregeldheden in Makassar die appellante heeft meegemaakt plaatsvonden na de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands-Indië op 27 december 1949 en dus buiten de werkingssfeer van de WUBO vallen.
Appellante stelde dat zij ook ongeregeldheden tussen mei 1946 en maart 1947 had meegemaakt en verwees naar verklaringen van haar broer en een advies van verweerder. De Raad concludeert echter dat noch appellante noch haar broer onderscheid maakten tussen de twee periodes en dat de situatie die zij schetsten overeenkomt met de latere ongeregeldheden in 1950. Verder is voldoende onderzoek gedaan naar relatiedossiers van betrokkenen.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om WUBO-erkenning wordt afgewezen.