ECLI:NL:CRVB:2012:BX6118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-naleven oproepen re-integratie
Appellant ontvangt sinds 1999 bijstand en werd in 2009 opgeroepen voor gesprekken over zijn re-integratie, waaraan hij zonder bericht van verhindering niet voldeed. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verlaagde daarom zijn bijstand met 20% gedurende een maand. Appellant maakte bezwaar tegen deze maatregel, maar dit werd ongegrond verklaard door het college en de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zich ziek had gemeld en dat hij op een andere dag in verband met familieomstandigheden niet aanwezig kon zijn. Ook stelde hij dat het college ten onrechte geen waarschuwing had gegeven en dat zijn sollicitaties en zelfstandigheid onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich had afgemeld voor de oproepen en dat het college de gedragingen terecht kwalificeerde als belemmering van arbeidsinschakeling.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de verlaging van de bijstand. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad stelde dat artikel 10 van Pro de verordening geen ruimte laat voor een schriftelijke waarschuwing in deze situatie.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% wegens het niet nakomen van oproepen zonder bericht van verhindering wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.