ECLI:NL:CRVB:2012:BX6139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijk dienstverband wegens niet voldoen aan BOA-VOG eis
Appellant was in tijdelijke dienst als interventiemedewerker en later handhaver bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Voor de functie van handhaver was een nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag (BOA-VOG) vereist. Appellant kreeg deze geweigerd vanwege eerdere veroordelingen binnen de terugkijktermijn van tien jaar.
Na melding van de weigering aan zijn leidinggevende werd een intern onderzoek ingesteld en is het dienstverband beëindigd met inachtneming van de opzegtermijn. Appellant voerde in hoger beroep aan onvoldoende geïnformeerd te zijn over de gevolgen van de functiewijziging en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel en toezeggingen dat hij in functie zou mogen blijven.
De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant tijdig op de hoogte was van de gevolgen. De informatievoorziening en het beleid rond functieongeschiktheid waren adequaat. De toezegging dat appellant tijdens de opzegtermijn kon blijven werken werd bevestigd, maar een verdere toezegging niet. Er was geen schending van het gelijkheidsbeginsel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.