ECLI:NL:CRVB:2003:AI0621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzonder verlof en eervol ontslag van ambtenaar bij gemeente Rotterdam
Appellant was sinds 1 september 1996 als chef bij het gemeentelijk vervoerbedrijf Rotterdam werkzaam en kreeg na een proeftijd van twee jaar een tijdelijk dienstverband voor onbepaalde tijd. Vanwege onvoldoende functioneren en een samenwerkingsconflict werd appellant op 28 oktober 1999 bezoldigd verlof verleend in afwachting van ontslag.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit verlof en het daarop volgende eervol ontslag op 20 januari 2000 ongegrond. Appellant voerde onder meer aan dat hem verwachtingen waren gewekt over een vaste aanstelling en dat het ontslag niet redelijk was.
De Raad overwoog dat het verlenen van bijzonder verlof met behoud van bezoldiging door het college van burgemeester en wethouders in redelijkheid kon plaatsvinden gezien de langdurige onderhandelingen en omstandigheden. Tevens oordeelde de Raad dat het eervol ontslag op redelijke gronden was gebaseerd, mede gelet op de schriftelijke beoordeling van appellant en de kennisgeving van het voornemen tot beëindiging van het dienstverband direct na afloop van de proeftijd.
De Raad benadrukte dat de voortzetting van het dienstverband tot 1 mei 2000 appellant de gelegenheid bood zich rustig te oriënteren op de arbeidsmarkt. Er was geen reden om het besluit tot ontslag onredelijk te achten. De Raad wees het beroep van appellant af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het bijzonder verlof en eervol ontslag wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.