ECLI:NL:CRVB:2012:BX6149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet nakomen medewerkingsplicht WWB
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 8 april 2010 en gaf daarbij een woonadres op. Het college stelde een onderzoek in en probeerde meerdere keren onaangekondigd huisbezoeken af te leggen, waarbij appellant niet werd aangetroffen. Appellant werd vervolgens schriftelijk uitgenodigd voor een gesprek om duidelijkheid te verschaffen over zijn woonsituatie en financiële situatie, maar verscheen zonder bericht van verhindering niet.
Het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling, maar wijzigde dit in een afwijzing op grond van schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht volgens artikel 17 WWB Pro. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het ging om kostenvergoeding, maar handhaafde de afwijzing. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de oproeptermijn onredelijk kort was.
De Raad oordeelde dat hoewel de termijn kort was, appellant niet aannemelijk had gemaakt waarom hij de brief pas op 30 juli 2010 ontving en dat hij ook bij een redelijke termijn niet zou zijn verschenen. Door het niet verschijnen zonder bericht van verhindering en het niet verstrekken van benodigde gegevens kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens schending van de medewerkingsplicht door appellant.