ECLI:NL:CRVB:2012:BX6159
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging uren huishoudelijke hulp op grond van Wubo
Appellante, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met recht op vergoeding van huishoudelijke hulp, maakte bezwaar tegen de verlaging van de toegekende uren van vier naar drie per week. Verweerder handhaafde deze verlaging op grond van beleid dat hulp van inwonende gezinsleden niet wordt vergoed, maar de Raad vernietigde dit omdat de dochter geen inwonend gezinslid was.
Na uitvoering van deze uitspraak handhaafde verweerder de verlaging voor de periode van 1 maart tot 4 september 2006 en kende daarna weer volledige vergoeding toe. Bij nadere besluiten trok verweerder het tweede besluit in en kwam geheel tegemoet aan de beroepsgronden van appellante, maar handhaafde de verlaging over de genoemde periode.
De Raad oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van de door appellante zelf verstrekte gegevens en dat het beroep tegen de verlaging ongegrond is. Het tweede beroep is niet-ontvankelijk omdat het bestreden besluit is ingetrokken en het procesbelang ontbreekt. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van het aantal uren huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard en het tweede beroep niet-ontvankelijk vanwege intrekking van het bestreden besluit.