ECLI:NL:CRVB:2012:BX6168

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3909 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Zeilemaker
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
  • J.Th. Wolleswinkel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging functietypering medewerker communicatie na reorganisatie gemeente Den Helder

Appellante vervulde sinds 1994 een administratieve functie bij de gemeente Den Helder en werd in 2001 coördinator. In 2008 voerde het college een reorganisatie door met een nieuw functieboek, waarbij appellante werd ingedeeld als medewerker communicatie op salarisschaal 8. Na bezwaar werd de functietypering aangepast met enkele kerntaken, maar zonder verhoging van de schaal.

Appellante stelde in hoger beroep dat zij zich ook bezighoudt met beleidsontwikkeling, wat volgens haar niet juist is meegenomen in de functietypering. De Raad oordeelde dat beleidsontwikkeling volgens het ODRP-systeem inhoudt dat men een visie ontwikkelt voor de lange termijn over meerdere vakgebieden, wat appellante niet doet. Haar taken zijn voornamelijk uitvoerend, zoals het beschrijven van werkwijzen en inventariseren van gegevens.

Verder stelde appellante dat haar was toegezegd dat haar functie zou worden ingedeeld op schaal 9. De Raad stelde vast dat voor een beroep op het vertrouwensbeginsel een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging nodig is, die in dit geval niet is gebleken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de functietypering op schaal 8 en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

11/3909 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 26 mei 2011, 09/2172 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Den Helder (college)
Datum uitspraak: 30 augustus 2012
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2012. Appellante is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.M. Burger, advocaat, en E.I.N. Manshanden.
OVERWEGINGEN
1. Appellante vervulde vanaf juli 1994 de functie van medewerker van de sectie Kabinet van de afdeling Algemene Zaken van de gemeente Den Helder. Deze functie betrof het verrichten van administratieve taken zoals het vastleggen van afspraken van het college, het notuleren van vergaderingen en het voorbereiden van representatieve activiteiten zoals ontvangsten en jubilea. Wegens de voortreffelijke wijze waarop zij haar secretariële werkzaamheden verrichtte is zij ingaande 1 juni 2001 aangewezen als coördinator. Appellante verrichtte haar taken vooral ten behoeve van de burgemeester, maar in juni 2007 werd zij meer aanspreek- en coördinatiepunt voor alle officiële zaken rond het (hele) college. Zij werd bezoldigd naar schaal 9.
In het kader van een reorganisatie heeft het college op 17 juni 2008 een nieuw functieboek vastgesteld waarin (nieuwe) typeringen zijn opgenomen van de functies bij de gemeente Den Helder. Vervolgens is bij besluit van 26 juni 2008 de functietypering van de functie medewerker communicatie op appellante van toepassing verklaard. Het bij deze functie behorende functieniveau is (salarisschaal) 8. Nadat appellante bezwaar had gemaakt tegen dit besluit heeft het college bij het bestreden besluit van 29 juli 2009 genoemde functietypering aangepast door de volgende toevoegingen aan de kerntaken: het belast zijn met relatiemanagement, het leveren van een bijdrage aan het representatiebeleid en het vastleggen van protocollen. Dit heeft niet geleid tot een hogere functiewaardering en salarisschaal.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad het volgende.
3.1. Appellante heeft aangevoerd dat zij zich ook bezig houdt met beleidsontwikkeling en dat dit ten onrechte niet tot uitdrukking is gebracht in de functietypering. Zij heeft adviezen uitgebracht die hebben geleid tot nieuw beleid binnen de gemeente. Het college heeft dit betwist. Appellante is niet belast met het vormen van vakinhoudelijk beleid of communicatiebeleid. Daarvoor zijn andere medewerkers aangesteld, aldus het college.
3.2. Van belang is dat volgens het hier toepasselijke ODRP-functiewaarderingssysteem kenmerken van beleidsontwikkeling zijn: het ontwikkelen van een visie geldend voor de langere termijn op een breed terrein en grensoverschrijdend naar andere vakdisciplines. De Raad is niet gebleken dat appellante zich met beleidsontwikkeling in deze zin bezighoudt. Ook de door haar overgelegde producties wijzen daar niet op. De taken van appellante zijn in hoofdzaak uitvoerend van aard; zij beschrijft werkwijzen en procedures en inventariseert bekende gegevens. De functietypering behoeft op dit punt dus geen aanpassing.
3.3. Dit brengt tevens mee dat indeling in hoofdgroep III bij de functiewaardering niet als onhoudbaar is aan te merken.
3.4. Voor zover appellante heeft gesteld dat haar is toegezegd dat de typering van haar functie volgens het nieuwe functieboek een functie zou betreffen op niveau van salarisschaal 9, overweegt de Raad dat volgens zijn vaste rechtspraak (CRvB 7 maart 2007, LJN BA1791 en TAR 2007, 141) voor een in rechte te honoreren beroep op het vertrouwensbeginsel nodig is dat sprake is van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging. Daarvan is in dit geval niet gebleken.
3.5. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
4. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en J.Th. Wolleswinkel als leden, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2012.
(getekend) K. Zeilemaker
(getekend) P.J.M. Crombach
HD