ECLI:NL:CRVB:2007:BA1791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling ambtenaar na verkeersongeval en strafrechtelijke veroordeling
Appellant was vanaf 1 februari 2001 tijdelijk aangesteld als buschauffeur bij de RET met een proeftijd tot 1 februari 2003. Na een dodelijk verkeersongeval in februari 2002 waarbij appellant betrokken was, werd hij veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. Ondanks een verlenging van zijn tijdelijke aanstelling tot 1 februari 2004 en een tijdelijke overplaatsing naar de functie van metrobestuurder, besloot het college de aanstelling niet verder te verlengen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college terecht heeft besloten de tijdelijke aanstelling niet voort te zetten, mede vanwege het verstrijken van de maximale termijn voor een tijdelijke aanstelling op proef en de strafrechtelijke veroordeling van appellant. De Raad stelt dat er geen sprake was van toezeggingen of gewekte verwachtingen die het college binden tot voortzetting van het dienstverband.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af. Tevens oordeelt de Raad dat geen toepassing gegeven hoeft te worden aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De tijdelijke aanstelling van appellant wordt niet verlengd en het dienstverband eindigt per 1 februari 2004.