ECLI:NL:CRVB:2012:BX6196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bijstand wegens onvoldoende bewijs ongemotiveerde houding
Appellant ontvangt sinds 2006 bijstand en is beperkt belastbaar wegens rugklachten, zoals vastgesteld door de GGD. Op 7 juli 2009 werd appellant telefonisch benaderd voor een baan als aankomend brandwacht, maar hij gaf aan niet fulltime te kunnen werken vanwege zijn klachten en wachtte op een GGD-rapport.
Het college verlaagde de bijstand met 20% wegens het vermeende verspeeld hebben van een baan door een ongemotiveerde houding. Deze maatregel werd gehandhaafd na bezwaar en beroep, waarbij de intercedent van de werkgever een verklaring gaf over het telefoongesprek.
De Raad oordeelt dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant door zijn houding de baan heeft verspeeld. De GGD-adviezen bevestigen dat appellant niet fulltime kon werken en de verklaring van de intercedent is inconsistent en onvoldoende onderbouwd. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand wordt vernietigd en het eerdere besluit herroepen wegens onvoldoende bewijs van een ongemotiveerde houding.