ECLI:NL:CRVB:2012:BX6201
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening grondslag WUV-uitkering na nieuw verzoek
Appellant, geboren in 1948, is met toepassing van de WUV gelijkgesteld met de vervolgde en ontvangt sinds 1994 een periodieke uitkering. De grondslag van deze uitkering is eerder vastgesteld op het minimumbedrag omdat appellant in het peiljaar 1994 niet was aangewezen op inkomsten uit arbeid.
Na eerdere verzoeken tot herziening en bezwaarprocedures, die ongegrond werden verklaard, heeft appellant in mei 2011 opnieuw verzocht om herziening van de grondslag van zijn uitkering. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
De Raad overweegt dat voor de periode voorafgaand aan de nieuwe aanvraag alleen nieuw gebleken feiten of omstandigheden aanleiding kunnen geven tot herziening. Appellant heeft aangevoerd dat hij sinds 1975 arbeidsongeschikt is en verwees naar psychiatrische rapporten, maar deze gegevens waren reeds betrokken bij eerdere procedures. Er zijn geen objectieve medische gegevens die aantonen dat de invaliditeit eerder dan 1994 bestond.
Daarom is geen sprake van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen. Verweerder heeft bij de afwijzing een zorgvuldige en evenwichtige belangenafweging gemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van de grondslag van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.