ECLI:NL:CRVB:2012:BX6459
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens late griffierechtbetaling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voegde bewijsstukken van haar Marokkaanse bank toe. Deze stukken wekten het vermoeden dat zij binnen de gestelde termijn de bank opdracht had gegeven het griffierecht over te maken en dat de bank dit ook binnen die termijn had gedaan.
De Raad kon niet achterhalen waarom het bedrag pas enkele weken later op de rekening van de Raad was bijgeschreven, buiten de tweede termijn. Gezien het recht op toegang tot de rechter, verankerd in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, moet de rechtzoekende in een dergelijke situatie het voordeel van de twijfel krijgen.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet gegrond, verviel de eerdere uitspraak van 15 juni 2012 en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2012.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens late betaling van het griffierecht wordt gegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.