ECLI:NL:CRVB:2012:BX6459

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-667 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens late griffierechtbetaling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voegde bewijsstukken van haar Marokkaanse bank toe. Deze stukken wekten het vermoeden dat zij binnen de gestelde termijn de bank opdracht had gegeven het griffierecht over te maken en dat de bank dit ook binnen die termijn had gedaan.

De Raad kon niet achterhalen waarom het bedrag pas enkele weken later op de rekening van de Raad was bijgeschreven, buiten de tweede termijn. Gezien het recht op toegang tot de rechter, verankerd in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, moet de rechtzoekende in een dergelijke situatie het voordeel van de twijfel krijgen.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet gegrond, verviel de eerdere uitspraak van 15 juni 2012 en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2012.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens late betaling van het griffierecht wordt gegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

12/667 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam 23 december 2011, 11/3212 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellante)
De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 30 augustus 2012
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 15 juni 2012 heeft de Raad het door appellante tegen de aangevallen uitspraak ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 15 juni 2012 heeft appellante verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 15 juni 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Bij het verzetschrift heeft appellante stukken van haar Marokkaanse bank gevoegd die - ten minste - het vermoeden rechtvaardigen dat appellante binnen de haar voor de betaling van het griffierecht gestelde (eerste) termijn de bank opdracht heeft gegeven het griffierecht over te maken en dat de bank dat binnen die termijn ook heeft gedaan. Niet valt na te gaan waardoor het bedrag pas enkele weken daarna, en daarmee buiten de gestelde (tweede) termijn, is bijgeschreven op de rekening van de Raad. Het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden verankerde recht op toegang tot de rechter vergt dat de rechtzoekende in een dergelijke situatie het voordeel van de twijfel krijgt.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 15 juni 2012 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is de Raad niet gebleken.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours fondé
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 30 août 2012.