ECLI:NL:CRVB:2012:BX6550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet tijdige loonvordering na faillissement werkgever
Appellant was werkzaam als zelfstandig kok en stopte wegens ziekte met werken. Zijn werkgever ging failliet op 17 februari 2011, waarna de curator de arbeidsovereenkomst op 22 februari 2011 opzegde. Appellant had een loonvordering over een periode waarin hij geen loon ontving. Hij vroeg een WW-uitkering aan, inclusief achterstallig loon.
Het UWV weigerde de uitkering omdat de loonvordering buiten de maximale loonovernameperiode van dertien weken vóór de ontslagdatum viel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn loonvordering pas bij het faillissement in februari 2011 rechtsgeldig werd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat het feit dat de loonvordering pas in februari 2011 rechtsgeldig werd, geen reden is om de vordering buiten de wettelijke termijn over te nemen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet tijdige loonvordering na faillissement van de werkgever.