ECLI:NL:CRVB:2012:BX6677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen na oproepen ondanks verblijf elders
Betrokkene en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de WWB. In het eerste kwartaal van 2010 voerde de Dienst Werk en Inkomen (DWI) een heronderzoek uit, waarbij bleek dat betrokkene niet op het opgegeven adres aanwezig was bij een controlebezoek. Betrokkene werd opgeroepen om te verschijnen voor een gesprek op 10 en 12 maart 2010, maar verscheen niet.
De DWI besloot de bijstand op te schorten en vervolgens in te trekken vanaf 10 maart 2010 wegens het niet verstrekken van noodzakelijke informatie. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en herstelde de bijstand, vanwege diens persoonlijke omstandigheden en de korte hersteltermijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat betrokkene verwijtbaar heeft gehandeld door niet te verschijnen. Hoewel betrokkene en zijn echtgenote tijdelijk elders verbleven vanwege persoonlijke omstandigheden, had de echtgenote dit niet gemeld aan de DWI en was er geen adequate postvoorziening getroffen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de intrekking van de bijstand werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft van kracht.