ECLI:NL:CRVB:2012:BX6696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding openstaande WWB-vordering wegens bezit eigen woning
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om kwijtschelding van een openstaande vordering van €19.470,15 op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college wees dit verzoek af omdat appellante een eigen woning bezit, waarvan de waarde volgens het college aanzienlijk is gestegen, waardoor zij over teveel vermogen beschikt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het college redelijkerwijs kon aannemen dat het bezit van een eigen woning vermogen oplevert dat kwijtschelding uitsluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen substantieel vermogen heeft ondanks het bezit van de woning en dat er geen zorgvuldig onderzoek naar haar werkelijke vermogen heeft plaatsgevonden. De Raad oordeelde dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat de woning een substantiële waardestijging heeft ondergaan en dat appellante onvoldoende concrete gegevens heeft verstrekt om het tegendeel te bewijzen.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de openstaande WWB-vordering wordt afgewezen vanwege het bezit van een eigen woning met substantiële waardestijging.