ECLI:NL:CRVB:2012:BX6797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op besluit vergoeding wettelijke rente WAO-nabetaling
Appellant had een uitkering op grond van de WAO en stelde dat het UWV rente over een nabetaling moest vergoeden, zoals aangekondigd in een besluit van 22 mei 1998. Het UWV had bij besluit van 7 juli 1998 echter medegedeeld geen wettelijke rente te vergoeden, een besluit dat in rechte onaantastbaar werd verklaard. Appellant deed later verzoeken om terug te komen op dit besluit, maar zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aan te voeren.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht het verzoek om terug te komen op het besluit van 7 juli 1998 had afgewezen, omdat het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden een heroverweging niet rechtvaardigde. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en wijst het hoger beroep af.
De Raad benadrukt dat het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, en dat de interpretatie van appellant van het besluit van 22 mei 1998 niet wordt gevolgd. Er is geen sprake van strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen.
De uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden en bevestigd het eerdere oordeel dat geen vergoeding van wettelijke rente over de WAO-nabetaling verschuldigd is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV hoeft geen wettelijke rente over de WAO-nabetaling te vergoeden.