ECLI:NL:CRVB:2012:BX6928

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-6967 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift wegens te late indiening ongegrond verklaard

Appellante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Raad van 10 februari 2012, waarin haar beroepschrift niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege te late indiening. De Raad stelde vast dat het beroepschrift veel later dan de uiterste datum van 26 januari 2011 was ingediend, namelijk op 2 december 2011.

Tijdens de zitting op 2 augustus 2012 waren partijen niet aanwezig. Appellante gaf in haar verzet geen geldige verklaring voor de overschrijding van de termijn, maar stelde dat zij de uitspraak van de Raad pas op 29 februari 2012 had ontvangen en dat de Raad termijnen niet in acht zou nemen.

De Raad concludeerde dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die de eerdere uitspraak onjuist maken. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en uitgesproken op 3 september 2012.

Uitkomst: Het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar beroepschrift wegens te late indiening is ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/6967 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2009, 08/2163 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 3 september 2012
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 10 februari 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 10 februari 2012 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 februari 2012 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend, was 26 januari 2011. Het beroepschrift is blijkens het poststempel op 25 november 2011 per post verzonden en op 2 december 2011 bij de Raad ontvangen.
In verzet heeft appellante geen verklaring gegeven voor het feit dat zij het beroepschrift (veel) te laat heeft ingediend. Zij heeft slechts aangegeven dat zij meent dat de Raad termijnen niet in acht neemt aangezien zij de uitspraak van de Raad van 10 februari 2012 eerst op 29 februari 2012 heeft ontvangen. Voorts heeft appellante uiteengezet op welke gronden zij recht meent te hebben op de door haar bij de Svb aangevraagde nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene Nabestaandenwet.
De Raad stelt vast dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 10 februari 2012 onjuist is. Ook overigens is van dergelijke feiten of omstandigheden niet gebleken.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2012.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven