ECLI:NL:CRVB:2012:BX6956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schending redelijke termijn in bestuurs- en rechterlijke fase met schadevergoeding
Verzoekster stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank ’s-Hertogenbosch in een zaak tegen het UWV. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de totale procedure, vanaf het eerste bezwaarschrift op 23 februari 2007 tot de uitspraak in januari 2012, vier jaar en tien maanden heeft geduurd, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Namens de Staat werd erkend dat de redelijke termijn in de rechterlijke fase met vier maanden was overschreden en dat verzoekster recht had op een vergoeding van €500. Het UWV erkende een overschrijding van zes maanden in de bezwaarprocedure en stemde in met een vergoeding van €500. Verzoekster betwistte de berekening van het UWV, omdat de bezwaarprocedure langer dan twaalf maanden had geduurd.
De Raad oordeelde dat een overschrijding van tien maanden gerechtvaardigd was en dat een vergoeding van €1000 passend is, gebaseerd op €500 per half jaar of gedeelte daarvan. De Raad wees echter af om een hoger bedrag toe te kennen dan de reeds erkende €500 door zowel de Staat als het UWV. De Raad veroordeelde de Staat en het UWV elk tot betaling van €500 schadevergoeding en tot betaling van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden elk veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.