ECLI:NL:CRVB:2012:BX6972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid ondanks nekklachten
Appellant was werkzaam als commercieel medewerker binnendienst en meldde zich ziek met spannings- en nekklachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts vast dat appellant vanaf 14 september 2010 geschikt was voor zijn arbeid en verklaarde het recht op ziekengeld beëindigd. Appellant maakte bezwaar en voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege nekklachten niet belastbaar was tot 1 juni 2011 en dat hij sindsdien re-integreerde met aangepaste uren.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat de conclusie dat appellant geschikt was voor zijn arbeid verantwoord was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Beide artsen hadden appellant onderzocht en de bezwaarverzekeringsarts bevestigde het standpunt dat appellant geschikt was, mits hij regelmatig even ging vertreden. Appellant overlegde geen medische informatie die aanleiding gaf tot twijfel aan deze conclusie.
De Raad benadrukt dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatstelijk verrichte arbeid. De medische gegevens en rapportages ondersteunen dat appellant ondanks zijn klachten licht lichamelijk werk kan verrichten met pauzes. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld is terecht beëindigd per 14 september 2010.