ECLI:NL:CRVB:2012:BX6973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid na ziekteperiode ondanks klachten
Appellant was werkzaam als afwasser en meldde zich ziek vanwege klachten aan knie, arm, hoofdpijn en duizeligheid na een verkeersongeval. Het UWV verklaarde hem per 7 maart 2011 niet langer recht te hebben op ziekengeld, omdat hij weer arbeidsgeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en volledig was, waarbij geen neurologische of andere oorzakelijke pathologie werd vastgesteld. Ook aanvullend medisch bewijs van een KNO-arts en huisarts bood geen aanleiding tot herziening.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nog steeds arbeidsongeschikt was vanwege ernstige duizeligheid, maar de Raad vond het medisch onderzoek adequaat en zag geen reden tot wijziging van het besluit. Een aanvullend deskundigenonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat appellant weer geschikt is voor arbeid blijft in stand.