ECLI:NL:CRVB:2012:BX6973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en recht op ziekengeld na verkeersongeval
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 5 september 2012 uitspraak gedaan in hoger beroep over de arbeidsongeschiktheid van appellant, die zich ziek had gemeld na een verkeersongeval. Appellant, werkzaam als afwasser, meldde zich ziek met klachten aan zijn linker knie en arm, alsook hoofdpijn en duizeligheid. De verzekeringsarts heeft appellant na onderzoek weer geschikt geacht voor zijn werkzaamheden, wat leidde tot een besluit van het Uwv dat appellant geen recht meer had op ziekengeld per 7 maart 2011. Dit besluit werd door de bezwaarverzekeringsarts bevestigd, die concludeerde dat er geen duidelijke diagnose kon worden gesteld voor de klachten van appellant.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij nog steeds arbeidsongeschikt was door ernstige duizeligheid als gevolg van het auto-ongeluk. Hij verzocht om een deskundigenonderzoek, maar de Raad oordeelde dat het eerdere onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd. De bezwaarverzekeringsarts had rekening gehouden met informatie van de huisarts en KNO-arts, maar vond geen reden om de eerdere beslissing te herzien. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, die het beroep van appellant ongegrond had verklaard.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de oordelen van de verzekeringsartsen en dat het hoger beroep van appellant niet slaagde. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig medisch onderzoek en de noodzaak van objectieve vaststelling van arbeidsongeschiktheid in het kader van het recht op ziekengeld.