ECLI:NL:CRVB:2012:BX7290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand onterecht wegens onjuiste toepassing inlichtingenverplichting
Appellante en haar partner ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een wijziging in de woonsituatie van appellante wijzigde het college de bijstand van gezinsnorm naar alleenstaande ouder. Appellante verzocht het college de bijstand weer om te zetten naar de gezinsnorm, waarna het college een onderzoek instelde naar de rechtmatigheid van de bijstand.
Het college trok de bijstand per 25 december 2009 in omdat de partner van appellante een inkomen had dat minstens zo hoog was als de bijstand. Tevens stelde het college dat appellante en haar partner de inlichtingenverplichting hadden geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het verzoek van appellante moet worden gezien als een aanvraagsituatie waarbij het college een begunstigend besluit neemt. Het college was niet bevoegd om de bijstand zonder meer in te trekken op grond van een vermeende schending van de inlichtingenverplichting. Appellante en haar partner hebben alle benodigde inlichtingen verstrekt, en het college heeft nagelaten nader onderzoek te doen bij twijfel over de juistheid van de verstrekte informatie.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.