ECLI:NL:CRVB:2012:BX7482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant meldde zich ziek met hartklachten en ontwikkelde later ook psychische klachten. Het UWV stelde vast dat appellant met beperkingen geschikt was voor arbeid en dat zijn verdiencapaciteit met 29,12% was verminderd, wat onder de 35% grens ligt voor een WIA-uitkering.
Appellant maakte bezwaar en werd door een bezwaararbeidsdeskundige geschikt geacht voor zijn eigen lichte werk als montagemedewerker en andere functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische bevindingen juist waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn angstklachten onvoldoende waren meegewogen en verzocht om onafhankelijk psychiatrisch onderzoek. De Raad concludeerde echter dat de angst en cardiologische klachten wel degelijk waren onderkend en meegewogen, en dat alle specialisten appellant als arbeidsbelastbaar beschouwden.
De Raad oordeelde dat appellant met de vastgestelde beperkingen zijn werkzaamheden kon verrichten en dat er geen sprake was van een verboden verslechtering (reformatio in peius). Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.