ECLI:NL:CRVB:2012:BX7609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens tekortschietend besef verantwoordelijkheid bij overdracht onroerend goed
Appellante heeft een bijstandsuitkering aangevraagd, waarbij het college een maatregel oplegde wegens het niet overdragen van een onroerend goed in Marokko ter waarde van €156.000 aan haar zus, wat werd gezien als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het college op goede gronden van de standaardmaatregel afweek en de maatregel van 50% gedurende 24 maanden redelijk was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet de werkelijke eigenaresse was en dat de maatregel onredelijk was. De Raad stelde vast dat de rechtbank reeds zonder voorbehoud had geoordeeld over de juridische kwalificatie van de overdracht en de hoogte van de maatregel, waardoor deze grief niet meer aan de orde kon komen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het college in redelijkheid tot de maatregel van 50% gedurende 24 maanden kon komen. Daarbij speelde mee dat appellante, indien zij het onroerend goed niet had overgedragen, nog gedurende 35 maanden in haar levensonderhoud had kunnen voorzien. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% gedurende 24 maanden wordt bevestigd.