ECLI:NL:CRVB:2012:BX7610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering IOAW-uitkering wegens weigering algemeen geaccepteerde arbeid
Appellant ontving vanaf januari 2008 een IOAW-uitkering en volgde vanaf februari 2009 een opleidingstraject bij een taxibedrijf met behoud van deze uitkering. Op 22 mei 2009 bood het taxibedrijf appellant een arbeidsovereenkomst aan met de voorwaarde dat hij op eigen kosten een mobiele telefoon en nette kleding moest aanschaffen. Hoewel het taxibedrijf aanbood de kledingkosten voor te schieten, stemde appellant niet in met deze voorwaarden en ging hij niet op het aanbod in.
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda weigerde daarop de IOAW-uitkering met ingang van juni 2009, omdat appellant algemeen geaccepteerde arbeid had geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij om bedenktijd had gevraagd om advies in te winnen over de voorwaarden, waardoor het aanbod niet definitief ingetrokken had mogen worden.
De Raad oordeelde dat appellant tijdens het gesprek niet om bedenktijd had gevraagd en dat hij het risico had genomen dat het aanbod definitief zou worden ingetrokken. Bovendien had appellant zich tijdens het voorafgaande opleidingstraject een beeld kunnen vormen van de arbeidsvoorwaarden. De Raad bevestigde daarom de weigering van de IOAW-uitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende weigering van de IOAW-uitkering wegens weigering van algemeen geaccepteerde arbeid.