ECLI:NL:CRVB:2012:BX7657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid en beëindiging Ziektewetuitkering
Appellant was uitzendkracht als tuinbouwmedewerker en viel op 5 augustus 2009 uit voor zijn werk. Het UWV besloot op 14 juli 2010 dat appellant vanaf 22 juli 2010 niet langer in aanmerking kwam voor een Ziektewetuitkering omdat hij geschikt werd geacht voor zijn arbeid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit eveneens ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij niet in staat was zijn arbeid te verrichten, verwijzend naar medische stukken van zijn huisarts en neuroloog. Hij verzocht de Raad een onafhankelijke deskundige te benoemen voor nader onderzoek. De Raad oordeelde echter dat de door appellant overgelegde medische stukken onvoldoende waren om het standpunt van het UWV te weerleggen. De klachten waren bekend en de medische onderzoeken boden voldoende grondslag om appellant als geschikt voor zijn werk te beschouwen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en geen reden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door H.G. Rottier op 19 september 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.