ECLI:NL:CRVB:2012:BX7660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking en terugvordering inkomensvoorziening WIJ
Appellante ontving een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het college van burgemeester en wethouders van Ede trok deze voorziening in en vorderde gemaakte kosten terug via besluiten van 21 oktober en 1 november 2010. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijke termijn was ingediend.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat onduidelijkheid over het ontvangstmoment van de besluiten en ernstige bedreigingen aan haar en haar familie haar belemmerden tijdig bezwaar te maken. De Raad oordeelde dat het ontvangstmoment voor de aanvang van de bezwaartermijn niet bepalend is en dat er geen aannemelijke reden was voor verschoonbare termijnoverschrijding.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 september 2012.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking en terugvordering van de inkomensvoorziening WIJ is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.