ECLI:NL:CRVB:2012:BX7661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning huishoudelijke verzorging op grond van Wmo na hoger beroep
Appellante, bekend met een chronisch pijnsyndroom, hoge bloeddruk en een rugaandoening, had bij het college een aanvraag ingediend voor huishoudelijke verzorging (HV1). Het college kende aanvankelijk 3 uur per week toe, later verhoogd tot 4 uur per week vanwege de inwoning van een kind onder 16 jaar.
Appellante stelde dat het onderzoek naar haar beperkingen niet zorgvuldig was en dat zij recht had op meer uren HV1. Zij ondersteunde dit met medische rapporten van een revalidatiearts en een reumatoloog. De adviserend geneeskundige concludeerde echter dat appellante weliswaar niet in staat was zware huishoudelijke taken te verrichten, maar lichte huishoudelijke taken wel kon uitvoeren, verdeeld over de week en in eigen tempo.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het laatste besluit ongegrond, maar verzuimde te beslissen over eerdere besluiten. De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak voor zover deze niet over die eerdere besluiten oordeelde en verklaarde de beroepen daarop niet-ontvankelijk omdat deze besluiten waren vervangen.
De Raad bevestigde dat het college terecht was uitgegaan van 4 uur HV1 per week en wees het hoger beroep van appellante af. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De toekenning van 4 uur huishoudelijke verzorging per week aan appellante wordt bevestigd.