ECLI:NL:CRVB:2012:BX7667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Ziektewet-uitkering ondanks doorbetaling na geschiktheidsverklaring
Appellant werkte tot september 2004 als verkoopleider en ontving daarna een WW-uitkering en vervolgens een Ziektewet-uitkering. Na een ziekmelding per 13 november 2007 werd hem een ZW-uitkering toegekend, die per 1 september 2008 werd geweigerd omdat hij toen geschikt werd verklaard voor arbeid. Het UWV vorderde het onverschuldigd betaalde ziekengeld terug, wat appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de maatstaf voor arbeid de laatst verrichte arbeid bij een soortgelijke werkgever is. De bezwaararbeidsdeskundige had zich voldoende geïnformeerd over de functie. Appellant stelde dat het UWV ten onrechte geen informatie had ingewonnen bij zijn feitelijke laatste werkgever en dat hij mocht vertrouwen op doorbetaling van de uitkering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende onderzoek had gedaan en dat appellant geen medische gegevens had aangeleverd die het oordeel over zijn arbeidsgeschiktheid konden weerleggen. De doorbetaling na 1 september 2008 kon appellant niet baten, omdat geen ondubbelzinnige mededeling van het UWV bestond dat hij recht had op de uitkering. Er was geen schending van het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel. Het hoger beroep werd verworpen en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de Ziektewet-uitkering bevestigd.