ECLI:NL:CRVB:2012:BX7670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum ziekengelduitkering stagiair op grond van toepasselijke cao
Appellant sloot op 15 januari 2009 een praktijkleerovereenkomst met PPS Protection Investment BV, lopende tot 6 juni 2009. Op 15 mei 2009 meldde hij zich ziek. Het UWV kende hem een ziekengelduitkering toe met ingang van 6 juni 2009, de einddatum van de overeenkomst. Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en stelde dat deze op 15 mei 2009 moest worden vastgesteld.
Het UWV wees het bezwaar af met het argument dat de CAO voor Evenementen- en Horecabeveiliging (CAO VEHB) van toepassing is, waarin een stagiair wordt gelijkgesteld aan een oproepkracht die recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte. De rechtbank onderschreef dit standpunt en verwierp het beroep van appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verkeerde CAO was toegepast en dat hij als stagiair geen recht heeft op loondoorbetaling. De Raad stelde vast dat de CAO VEHB inderdaad van toepassing is en dat volgens deze cao een oproepkracht tijdens ziekte recht heeft op 100% loondoorbetaling. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de ziekengelduitkering vanaf 6 juni 2009 heeft geweigerd, omdat appellant op grond van de cao recht heeft op loondoorbetaling tijdens ziekte over de periode daarvoor. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de ziekengelduitkering blijft 6 juni 2009.