ECLI:NL:CRVB:2012:BX7803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds april 2007 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt als verzorgster van gehandicapten. Na afloop van de wachttijd van 104 weken werd zij in 2009 niet meer als volledig arbeidsongeschikt beschouwd, maar als gedeeltelijk arbeidsgeschikt. In 2010 beëindigde het UWV haar Ziektewet-uitkering omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar arbeid.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij nog steeds niet in staat was om een passende functie te vervullen, onderbouwd met rapporten van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en het Instituut Psychosofia. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig en onderbouwd beschouwde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht rekening had gehouden met alle relevante medische adviezen en dat het besluit voldoende was gemotiveerd. Er was geen bewijs dat het onderzoek onzorgvuldig was of dat appellante op de datum in geding niet in staat was om passende functies te vervullen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd omdat appellante niet langer ongeschikt is voor arbeid.