ECLI:NL:CRVB:2012:BX8096

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4574 Wsf-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep studiefinanciering niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda inzake studiefinanciering. De Minister heeft vervolgens bij besluit alsnog studiefinanciering in de vorm van een uitwonendenbeurs toegekend over de periode februari tot en met juli 2012.

Hierdoor heeft appellant in een brief aangegeven dat zijn belang in de procedure beperkt is tot de toewijzing van proceskosten. Gelet hierop oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De Raad veroordeelt de Minister in de proceskosten van appellant, begroot op in totaal €1.311,-, en bepaalt dat het betaalde griffierecht van €153,- aan appellant wordt vergoed. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 7 september 2012.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

11/4574 Wsf-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 juni 2011, 10/1303 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)
Datum uitspraak: 7 september 2012
Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: G.J. van Gendt
Ter zitting is verschenen: mr. drs. E.H.A. van den Berg namens de Minister.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, veroordeelt de Minister in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van
€ 1.311,- en bepaalt dat de Minister aan appellant het betaalde griffierecht van € 153,- vergoedt.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
De Minister heeft bij besluit van 4 augustus 2012 alsnog studiefinanciering in de vorm van een uitwonendenbeurs over de periode van februari tot en met juli 2012 aan appellant toegekend.
Appellant heeft in de brief van 5 september 2012 aangegeven dat zijn belang niet meer is dan een toewijzing van de proceskosten in beroep en bij de Raad.
Appellant heeft daarom geen belang meer bij een oordeel over de aangevallen uitspraak. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Er bestaat aanleiding de Minister te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 874,- in beroep en € 437,- in hoger beroep, totaal € 1.311,- te betalen aan de griffier van de Raad.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) G.J. van Gendt (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen