ECLI:NL:CRVB:2012:BX8171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijzondere bijstand voor inrichtingskosten deels als lening en deels als gift
Appellant, een bijstandsgerechtigde alleenstaande, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de inrichtingskosten van zijn huurwoning. Het college kende een bedrag van € 2.703 toe, waarvan € 1.908 als geldlening en de rest als gift. Appellant voerde aan dat artikel 51 WWB Pro niet van toepassing is en dat de lening hem onredelijk zou belasten gezien zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat artikel 51 WWB Pro wel degelijk van toepassing is op de gevraagde inrichtingskosten en dat het college de bijstand passend heeft verdeeld conform de richtlijn ‘Geldlening voor duurzame gebruiksgoederen en woninginrichting’. De aflossingscapaciteit en termijn zijn in lijn met deze richtlijn.
De Raad oordeelt dat de persoonlijke omstandigheden van appellant onvoldoende aanleiding geven om af te wijken van de richtlijn en dat de lening niet leidt tot een onaanvaardbare situatie van leven onder het bestaansminimum. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van bijzondere bijstand deels als lening en deels als gift wordt bevestigd.