ECLI:NL:CRVB:2012:BX8174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-woonachtig zijn op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en had als woonadres een adres in gemeente 1 opgegeven. Uit onderzoek, waaronder bankafschriften en een huisbezoek, bleek dat appellant veelvuldig in gemeente 2 verbleef bij zijn vriendin en niet op het uitkeringsadres woonde. Het college trok daarom de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde onterecht ontvangen bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet de intentie had bij zijn vriendin te gaan wonen en zijn afwezigheid verklaarde door werk en mantelzorg. De Raad oordeelde dat de feitelijke omstandigheden, zoals het lage verbruik van nutsvoorzieningen, verklaringen van buren en het huisbezoek met een lege koelkast, zwaarder wegen dan de intentie van appellant.
De Raad bevestigde dat appellant niet woonde op het uitkeringsadres en daardoor geen recht had op bijstand. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.