ECLI:NL:CRVB:2012:BX8178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aflossing nieuwe schuld zonder zeer dringende redenen
Appellant ontvangt sinds 1997 bijstand en vroeg in november 2008 bijzondere bijstand aan voor aflossing van schulden, waarvoor het college een lening verleende als een eenmalige actie om de schuldsituatie te saneren. In september 2009 vroeg appellant opnieuw bijzondere bijstand voor een schuld die niet in het eerdere besluit was betrokken. Het college wees deze aanvraag af omdat appellant ten tijde van het ontstaan van deze schuld en daarna over voldoende middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien, en er geen zeer dringende redenen waren om hiervan af te wijken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht. De Raad oordeelde dat de eerdere bijzondere bijstand niet was verleend op basis van zeer dringende redenen, maar op grond van bijzondere omstandigheden als een eenmalige maatregel. De stelling van appellant dat dezelfde zeer dringende redenen voor de nieuwe aanvraag golden, werd verworpen.
Ook het argument dat appellant niet verantwoordelijk was voor het melden van alle schulden bij de eerdere aanvraag werd afgewezen omdat dit niet relevant is voor de huidige aanvraag. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand ter aflossing van een nieuwe schuld is afgewezen wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.