ECLI:NL:CRVB:2012:BX8179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-woning op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met als woonadres een adres in een gemeente. Naar aanleiding van een tip van de woningbouwvereniging dat appellant al jaren niet op dat adres woonde, stelde het college een onderzoek in. Dit leidde tot intrekking van de bijstand over twee periodes en terugvordering van € 19.948,95.
Appellant voerde aan dat hij tijdens de eerste periode wel op het adres woonde en dat onjuistheden in zijn eerdere verklaringen veroorzaakt werden door zijn slaapapneu. De Raad oordeelde dat de verklaring van appellant tegenover de sociale recherche, die hij ondertekende, en verklaringen van buren samen duidelijk maken dat appellant ook in de eerste periode niet op het adres woonde. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat het college geen onderzoek had mogen instellen naar aanleiding van de tip. Ook werd het beroep op de financiële gevolgen van de terugvordering niet gegrond verklaard. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-woning op het opgegeven uitkeringsadres.