ECLI:NL:CRVB:2012:BX8183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde geldtransacties
Appellant ontving sinds 2005 bijstand op grond van de WWB. Na een melding van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) verrichtte de gemeente Amsterdam onderzoek naar geldtransacties waarbij appellant als tussenpersoon betrokken was. Uit het onderzoek bleek dat appellant tussen juli 2006 en september 2009 28 geldtransacties verrichtte voor derden, waarbij aanzienlijke bedragen werden overgemaakt en ontvangen.
Het college besloot de bijstand over twee periodes in te trekken en terug te vorderen wegens het niet melden van deze activiteiten, die als op geld waardeerbare activiteiten werden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen inkomsten uit de transacties had ontvangen en dat het college dit niet had bewezen.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door de transacties niet te melden. Echter was niet gebleken dat appellant in de gehele periodes doorlopend transacties verrichtte, zodat het college alleen bevoegd was de bijstand over de maanden waarin transacties plaatsvonden in te trekken. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor de uitspraak werd vernietigd. De Raad verklaarde het beroep gegrond en droeg het college op binnen zes weken het besluit te herstellen en een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen het besluit te herstellen.