ECLI:NL:CRVB:2012:BX8374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten als zelfstandige
Appellante, een MS-patiënt, ontving sinds 1983 een WAO-uitkering. Vanaf 1998 was zij directeur-grootaandeelhouder van een BV die in 2003 failliet ging. Het UWV stelde vast dat appellante inkomsten uit zelfstandige arbeid had en trok de WAO-uitkering per 3 april 2001 in, met terugvordering van onterecht ontvangen bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat het UWV terecht uitging van de inkomsten zoals opgegeven in de belastingaangiften en dat appellante redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de gevolgen voor haar uitkering. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen inkomsten had ontvangen en slachtoffer was van oplichting, en dat terugvordering verjaard was.
De Raad oordeelde dat het standpunt van appellante grotendeels een herhaling was van eerdere verweren en bevestigde de oordelen van de rechtbank. Het UWV mocht de gegevens uit het huisbezoekrapport gebruiken, en de verjaringstermijn begon te lopen vanaf het moment dat het UWV bekend werd met de relevante feiten in 2003. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.