ECLI:NL:CRVB:2012:BX8447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervoersvoorziening en toekenning dwangsom wegens niet tijdig beslissen
Appellant, die beperkt mobiel is en een scootmobiel en elektrische rolstoel gebruikt, vroeg bij het college een vervoersvoorziening aan in de vorm van een bruikleenauto of -bus om zijn scootmobiel te kunnen vervoeren. Het college wees dit af op basis van medisch advies dat een aangepaste autobus niet noodzakelijk was. Appellant maakte bezwaar en het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Appellant stelde dat het college niet tijdig op het bezwaar had beslist en vorderde een dwangsom. De rechtbank wees dit af omdat zij aannam dat appellant had ingestemd met opschorting van de beslistermijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het college niet expliciet toestemming heeft gevraagd noch gekregen voor opschorting, waardoor de beslistermijn niet is opgeschort. De brief van appellant van 20 juli 2010 geldt als ingebrekestelling.
De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de dwangsom afwijst en bepaalt dat het college een dwangsom van €1.260 moet betalen. Het medisch onderzoek wordt als zorgvuldig beoordeeld en de afwijzing van de vervoersvoorziening blijft in stand. Het college wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het college moet een dwangsom van €1.260 aan appellant betalen wegens niet tijdig beslissen op bezwaar, terwijl de afwijzing van de vervoersvoorziening wordt bevestigd.