ECLI:NL:CRVB:2012:BX8576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toeslag bij wisselend samenwonen na huwelijk in AOW-uitkering
Appellant had een aanvraag ingediend voor het maximale ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) inclusief een toeslag voor zijn partner. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende dit toe op basis van gehuwd of samenwonend zijn. Appellant voerde bezwaar aan dat hij en zijn echtgenote duurzaam gescheiden leven en geen gezamenlijke huishouding voeren.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van duurzaam gescheiden leven zoals bedoeld in de AOW. Het wisselend samenwonen en het feit dat zij op verschillende adressen staan ingeschreven, zonder financiële verstrengeling, was onvoldoende om het bestaan van een duurzame scheiding aan te tonen.
De Raad benadrukte dat na het sluiten van een huwelijk de intentie wordt aangenomen om een echtelijke samenleving te voeren, tenzij ondubbelzinnig uit feiten blijkt dat duurzaam gescheiden leven vanaf de huwelijksdatum bestaat. Dit was hier niet het geval. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd dat appellant geen toeslag voor partner ontvangt vanwege het ontbreken van duurzaam gescheiden leven.