ECLI:NL:CRVB:2012:BX8711

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-3168 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €115,- binnen 28 dagen na verzending van de brieven. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Raad oordeelt dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat appellante niet in verzuim is geweest.

Daarom verklaart de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder verder onderzoek. Tevens overweegt de Raad dat het hoger beroep ook niet-ontvankelijk verklaard had kunnen worden wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door B.M. van Dun en uitgesproken in het openbaar op 12 september 2012. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending van het afschrift.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

12/3168 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 5 april 2012, 11/1159 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 12 september 2012
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
OVERWEGINGEN
In artikel 22 van Pro de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij brief van 21 juni 2012 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 115,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat het volledige verschuldigde bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.
Bij aangetekende brief van 23 juli 2012 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen 28 dagen na de datum van de brief dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig betaald is, appellante er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald.
Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
De Raad overweegt voorts ten overvloede dat het hoger beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaard zou kunnen worden op de grond dat het beroepschrift niet binnen de daartoe gestelde termijn bij de Raad is ingediend.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 september 2012.
(getekend) B.M. van Dun
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
GdJ