ECLI:NL:CRVB:2012:BX8714

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-6773 WSFBSF-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens niet tijdig betalen griffierecht in hoger beroep socialezekerheidszaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant het griffierecht niet tijdig had betaald. Appellant stelde in hoger beroep dat hij het griffierecht wel had voldaan, maar vermoedde dat de betaling zoekgeraakt was doordat de rechtbank die zijn beroep behandelde niet de bevoegde rechtbank was.

De Centrale Raad van Beroep heeft daarop nader onderzoek laten doen bij de betrokken rechtbanken Zutphen en Arnhem. Uit dit onderzoek bleek dat de betaling van het griffierecht niet was ontvangen bij beide rechtbanken. De Raad heeft geen feiten of omstandigheden kunnen vinden die het verzuim van appellant konden weerleggen.

Daarom heeft de Raad het oordeel van de rechtbank bevestigd dat appellant niet tijdig het griffierecht heeft betaald en het beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

11/6773 WSFBSF-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 12 oktober 2011, 11/738 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)
Datum uitspraak: 7 september 2012
Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: G.J. van Gendt
Ter zitting is verschenen: mr.drs. E.H.A. van den Berg (namens de Minister)
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat appellant heeft nagelaten tijdig griffierecht te voldoen voor de behandeling van de door hem aanhangig gemaakte beroepszaak. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die redelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat appellant ter zake niet in verzuim is geweest.
2. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat hij wel griffierecht heeft voldaan. Hij heeft vermeld te vermoeden dat zijn betaling is zoekgeraakt omdat de rechtbank die zijn beroep behandelde (Zutphen) een andere is dan de bevoegde rechtbank (Arnhem).
3. Naar aanleiding van de stellingen van appellant in het hogerberoepschrift heeft de griffier van de Raad bij de betrokken rechtbanken nader onderzoek laten doen naar de gestelde betaling. Bij brief van 20 februari 2012 is daarop aan de Raad meegedeeld dat de betaling noch bij de rechtbank Zutphen noch bij de rechtbank Arnhem is ontvangen.
4. De Raad heeft in hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht geen aanleiding gevonden om te komen tot een ander oordeel dan waartoe de rechtbank is gekomen. Appellant heeft niet aangetoond en ook anderszins is niet komen vast te staan dat het griffierecht voor de behandeling van het beroep bij de rechtbank tijdig is betaald. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die redelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat appellant ter zake niet in verzuim is geweest. Het beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) G.J. van Gendt (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen