ECLI:NL:CRVB:2012:BX8871

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1719 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
10-1719 WWB
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag categoriale bijstand chronisch zieken en gehandicapten 2009

Appellant, die sinds 2007 bijstand ontvangt, diende op 30 maart 2009 een aanvraag in voor categoriale bijstand ten behoeve van chronisch zieken en gehandicapten voor het kalenderjaar 2009. Het college van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg wees deze aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde van aantoonbare 80-100% arbeidsongeschiktheid of volledige ontheffing van arbeidsinschakeling.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en betwistte dat hij niet volledig arbeidsongeschikt zou zijn. Hij stelde dat het medische rapport van Arbo Active onjuist was omdat niet al zijn kwalen daarin waren meegenomen.

De Raad oordeelde dat appellant geen volledige ontheffing van arbeidsinschakeling heeft, aangezien hij een re-integratietraject volgt. Tevens heeft appellant zijn stelling van volledige arbeidsongeschiktheid niet met medische gegevens onderbouwd. De bedrijfsarts en specialisten concludeerden niet dat sprake was van nagenoeg volledige arbeidsongeschiktheid. De enkele betwisting van appellant was onvoldoende om aan deze conclusie te twijfelen.

Daarom behoort appellant niet tot de doelgroep voor categoriale bijstand en is het college terecht tot afwijzing overgegaan. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De aanvraag voor categoriale bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet aantoonbaar volledig arbeidsongeschikt is en geen volledige ontheffing heeft van arbeidsinschakeling.

Uitspraak

10/1719 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 januari 2010, 09/3906 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
het college van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg (college)
Datum uitspraak 2 oktober 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. F.I. Piternella, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek in het geding met de reg.nrs. 10/6381 WWB en 10/6383 WWB, plaatsgevonden op 21 augustus 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Piternella. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door A.P.M. Aarts. In de gevoegde zaken wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontvangt vanaf 19 juli 2007 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 10%.
1.2. Op 30 maart 2009 heeft appellant een aanvraag ingediend om categoriale bijstand ten behoeve van chronisch zieken en gehandicapten over het kalenderjaar 2009.
1.3. Bij besluit van 9 april 2009, zoals na bezwaar gehandhaafd bij 27 juli 2009 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen op de grond dat appellant niet tot de doelgroep behoort. Appellant voldoet met name niet aan de daarvoor gestelde voorwaarde dat sprake is van de situatie dat hij aantoonbaar voor 80-100% arbeidsongeschikt is danwel volledige ontheffing heeft van de plichten tot arbeidsinschakeling.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij bestrijdt dat hij niet volledig ongeschikt is om arbeid te verrichten. Het in het kader van zijn re-integratie door Arbo Active uitgebrachte medische rapport acht appellant onjuist, omdat Arbo Active niet met al zijn kwalen rekening heeft gehouden.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Volgens het door het college gevoerde en in de notitie “Nota bijzondere bijstand aan chronische zieken en gehandicapten” neergelegde beleid komt een inwoner van de gemeente Geertruidenberg in aanmerking voor een bijdrage in het kader van de categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten, indien deze behoort tot de doelgroep. Om tot de doelgroep te behoren dient de aanvrager te voldoen aan één van vijf nader omschreven situaties. Het geschil spitst zich toe op de vraag of appellant zich in de situatie bevindt dat er sprake is van een aantoonbare 80 100% arbeidsongeschiktheid danwel een verkregen volledige ontheffing van de arbeidsverplichtingen op grond van de WWB. De overige vier situaties doen zich in het geval van appellant niet voor.
4.2. Niet in geschil is dat appellant geen volledige ontheffing heeft van de verplichting tot arbeidsinschakeling. Appellant volgt immers een re-integratietraject om weer aan het werk te komen en dit is een van de verplichtingen tot arbeidsinschakeling die aan zijn WWB-uitkering is verbonden.
4.3. Appellant heeft voorts zijn stelling dat hij volledig arbeidsongeschikt is niet met medische gegevens onderbouwd. Nu sprake is van een aanvraagsituatie, had in beginsel van hem mogen worden verwacht dat hij (uiterlijk) ten tijde van het bestreden besluit medische gegevens had overgelegd die duiden op een (nagenoeg) volledige arbeidsongeschiktheid ten tijde in geding, namelijk het kalenderjaar 2009. Dat appellant arbeidsongeschikt is, blijkt ook niet uit het op verzoek van het college opgestelde voorlopige advies van 7 oktober 2008 van drs. S. Khan, bedrijfsarts bij Arbo Active (bedrijfsarts), noch uit het latere medisch-arbeidskundige advies van de bedrijfsarts. Evenmin blijkt uit de informatie die de bedrijfsarts heeft ingewonnen bij behandelend specialisten van appellant bij het Amphia Ziekenhuis te Breda en het AMC te Amsterdam dat er bij appellant sprake is van een nagenoeg volledige arbeidsongeschiktheid. De enkele stelling van appellant dat het advies van Arbo Active niet juist is, is onvoldoende om aan de daarin getrokken conclusie te twijfelen.
4.4. Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat appellant niet tot de doelgroep behoort en dat het college de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen.
4.5. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham als voorzitter en E.J. Govaers en E.C.R. Schut als leden, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2012.
(getekend) A.B.J. van der Ham
(getekend) J.T.P. Pot
HD