ECLI:NL:CRVB:2012:BX8892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tegemoetkoming Extra geldregeling wegens onvoldoende bewijs herkomst bankstortingen
Appellante diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de Extra geldregeling, waarbij zij verklaarde geen inkomen te hebben. Het dagelijks bestuur stelde vragen over de herkomst van drie bankstortingen in 2009 en vroeg om bewijs. Appellante gaf aan dat het geld afkomstig was van gespaard salaris uit eerdere dienstverbanden, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
Het dagelijks bestuur besloot de aanvraag buiten behandeling te stellen wegens onvoldoende bewijs, wat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het bestuursorgaan niet bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat appellante binnen de gestelde termijn een verklaring had gegeven. Het college kon de verklaring niet toereikend achten, maar dat was geen grond voor buitenbehandelingstelling.
De Raad vernietigde het besluit en stelde in de plaats daarvan de aanvraag af, omdat appellante niet in staat was voldoende duidelijkheid te verschaffen over de herkomst van de bankstortingen. Het risico hiervan kwam voor haar rekening. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De aanvraag voor een tegemoetkoming wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs over de herkomst van bankstortingen.