ECLI:NL:CRVB:2012:BX9048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een reachtruckchauffeur, viel op 15 augustus 2006 uit wegens rugklachten. Na een verlengde loondoorbetalingsplicht tot 30 oktober 2009, besloot het UWV dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was volgens de wet. Dit besluit werd op bezwaar gehandhaafd en door de rechtbank Breda bevestigd.
Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn rug- en psychische klachten, waardoor hij niet in staat zou zijn de geselecteerde functies te vervullen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren onderschat.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beoordeeld; er waren geen aanwijzingen dat de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant overschreden. De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd moest worden en dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.