ECLI:NL:CRVB:2012:BX9083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand en gaf aan maximaal 20 uur per maand te werken bij een werkgever. Naar aanleiding van een vermoeden van meer uren heeft de sociale recherche een onderzoek ingesteld, waarbij observaties, verklaringen en dossieronderzoek plaatsvonden. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen de intrekking en terugvordering. Hij voerde aan dat zijn verklaringen onder druk waren afgelegd en dat de observaties niet in het weekend plaatsvonden, terwijl hij daar wel werkte. De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellant, ook al waren deze later deels ingetrokken, als betrouwbaar moesten worden beschouwd, mede ondersteund door een verklaring van de werkgever onder ambtseed.
De Raad verwierp het betoog dat appellant niet aan zijn verklaringen gehouden kon worden wegens zijn achtergrond en angst voor politie, omdat dit niet met objectieve gegevens was onderbouwd. Ook het argument dat de observaties onvoldoende waren vanwege het ontbreken van weekendwaarnemingen faalde, omdat vaststond dat appellant op zaterdagen werkte.
De Raad concludeerde dat appellant meer uren werkte dan opgegeven en daarmee de inlichtingenverplichting schond, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking van bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.